Jaarlijkse gezondheidscontrole, vaccineren & titreren

Hoewel u uw huisdier waarschijnlijk als geen ander begrijpt, kunnen ze het ons toch moeilijk vertellen als er iets aan de hand is. Hierin ligt de uitdaging van het diergeneeskundige vak en hierom is het ook zo belangrijk om uw dier regelmatig te laten controleren.

Ons advies

Wij adviseren dan ook een jaarlijkse gezondheidscontrole, waarbij we uw dier van kop tot staart nakijken en de tijd nemen voor adviezen over ontworming, ontvlooiing, gebitsverzorging etc..

 

Het is hierdoor mogelijk om onderliggende aandoeningen (bijv. een hartruis, beginnende nierziekte, gebitsproblemen) vaak al in een vroeg stadium op te sporen en een adequate behandeling in te stellen. Zo zorgen wij er samen met u voor dat uw huisdier een lang en gezond leven kan leiden!

 

Daarnaast kan deze gezondheidscontrole worden gebruikt om uw huisdier te laten vaccineren. Hiermee beschermen we uw dier tegen een aantal infectieuze ziektes.

beeld-kat-dierenkliniekdepijp

Vaccineren of titreren?

De laatste ontwikkelingen in de humane sector betreffende vaccineren, houden ook de dierenwereld bezig. We krijgen de laatste tijd veel vragen over titerbepalingen in plaats van vaccinaties en of elk jaar vaccineren wel echt nodig is.

 

Het internet staat vol informatie hierover, maar bevat helaas ook veel onwaarheden. Wij hebben daarom op basis van wetenschappelijke artikelen een samenvatting gemaakt en geprobeerd antwoord te geven op de vragen die we regelmatig horen.

 

Wat is vaccineren?


Met een vaccinatie wordt een heel kleine concentratie van een ziektekiem ingespoten om te zorgen dat het lichaam hier een goede immuunrespons op maakt. Het dier wordt niet ziek (daar is het te weinig voor), maar het lichaam heeft wel antistoffen aangemaakt en cellen onthouden de ziektekiem. Mocht het dier later dan de kiem echt oplopen, kan het immuunsysteem enorm snel reageren waardoor geen infectie plaatsvindt.

 

Er zijn twee soorten bescherming door ons immuunsysteem, de zogenaamde cellulaire en humorale immuniteit. De cellulaire immuniteit kunnen we niet goed meten, de humorale immuniteit kunnen we meten door de hoeveelheid antilichamen te meten in het bloed tegen een bepaalde ziekte.

 

Waar vaccineren we honden en katten tegen?


We vaccineren honden standaard tegen: parvo, distemper, CAV-1, leptospirose en kennelhoest. Katten worden gevaccineerd tegen kattenziekte (parvo) en niesziekte.
Daarnaast zijn er nog een hele reeks aanvullende vaccinaties beschikbaar, die gegeven kunnen worden indien een dier hier een verhoogd risico op loopt (Ziekte van Lyme, FelV-FiV, Rabies, etc)

 

Waarom worden mensen vaak alleen als baby gevaccineerd en moet mijn dier elk jaar opnieuw een vaccinatie?


Dit is een zeer begrijpelijke vraag, het antwoord is echter niet heel zwart wit. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar het effect van vaccineren bij hond en kat en de duur van de bescherming die een vaccin biedt. Vroeger werd er elk jaar gevaccineerd tegen elke ziekte, onder het motto: “baat het niet dan schaadt het ook niet”. Dat is gelukkig de laatste jaren steeds beter bijgesteld, waardoor we nu vaccineren “op maat”.

Hond

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat na de puppyvaccinaties en een cocktailenting op 1-jarige leeftijd, het merendeel van de honden een langdurige bescherming heeft tegen drie van de ziektes (parvo, CAV-1 en distemper, de DHP enting), soms langer dan 7 jaar of zelfs de rest van hun leven! Het probleem zit hem er alleen in dat dit voor elk dier verschillend is omdat elk individu verschillend reageert op vaccinatie. Daarom is er in de algemene vaccinatierichtlijnen opgenomen om voor deze drie ziektes in elk geval 1 x in de 3 jaar te vaccineren zodat we zeker weten dat ze beschermd blijven.

 

Een ander verhaal is het bij de vaccinatie tegen ziekte van Weil en kennelhoest. Er is gebleken dat na vaccinatie van deze ziektes helaas vrijwel nooit immuniteit langer dan 1 jaar optreedt. Leptospirose is een bacterie en daar bouwt het lichaam sowieso veel trager en minder goede immuniteit tegen op dan tegen virussen.

 

De conclusie is dus dat het heel goed kan zijn dat uw hond na zijn pupvaccinaties de rest van zijn leven beschermd is, alleen slechts tegen een aantal ziektes, en zelfs dat geldt niet voor elke hond.

 

Kat

Bij de kat is gebleken dat er na de kittenvaccinaties en een cocktailenting op 1-jarige leeftijd, langdurige immuniteit kan ontstaan voor kattenziekte (parvo), soms wel 14 jaar! Helaas is dit niet het geval bij de niesziektevaccinatie; deze biedt vrijwel nooit langer bescherming dan 12 maanden.

 

Elk jaar een vaccinatie, geeft dat niet heel veel bijwerkingen op lange termijn?
De vaccins blijven ook in ontwikkeling en de huidige vaccins zijn zeer veilig. Er treden zeer zelden bijwerkingen op bij vaccinaties. De meest voorkomende is een lichte zwelling op de plaats van injectie. Zeer zelden kan er een immuungemedieerde ziekte ontstaan na vaccinatie of een anafylactische shock. Bij de kat is het mogelijk dat er op de plaats van injectie een tumor ontwikkelt (Feline Injection Site Sarcoma); de kans hierop is 1:10000. De laatste tijd zijn er geruchten dat vaccinaties bij sommige honden epilepsie kunnen doen ontwikkelen; hiertussen is echter geen verband aangetoond.

 

Wat is titreren precies?

Titreren betekent het bepalen van het aantal antilichamen tegen een bepaalde ziekteverwekker. Omdat de immuunrespons bij verschillende dieren verschillend verloopt, kan het voor sommige dieren niet nodig zijn om elke drie jaar de DHP-enting of kattenziektevaccinatie te geven omdat deze nog voldoende beschermd zijn. Dit kunnen we meten in het bloed door de hoogte van de antilichamen te meten.
 Ook hier spelen echter wel een aantal overwegingen mee:

 

  • Bij de ziektes DHP is er een goede correlatie aangetoond tussen de antilichaamtiter en een goede bescherming. De hoogte van de titer zegt echter alleen dat de hond op DIT moment beschermd is, maar niet hoe lang de bescherming gaat blijven. Een titerbepaling dient dan ook jaarlijks herhaald te worden
  • Indien er wel een goede titer is voor bijv. parvo, maar niet voor distemper en CAV-1, moeten we helaas nog steeds de cocktail geven omdat er geen zogenaamde monovaccins bestaan (geen losse distemper en geen losse CAV enting)
  • Hetzelfde geldt voor de kattenziekte. Hier is een goede correlatie aangetoond tussen de titer en de mate van bescherming, maar er kan niet bepaald worden voor hoe lang uw dier nog beschermd is.
  • Voor de ziekte van Weil, de niesziekte en de kennelhoest is gebleken dat de titerhoogte niets zegt over de mate van bescherming en is gebleken dat de bescherming vrijwel nooit meer dan 1 jaar is. Deze vaccinatie moet dus sowieso jaarlijks gegeven worden.
  • Een titerbepaling kost geld met als mogelijk resultaat dat uw dier daarna alsnog ook de vaccinatie moet hebben.

 

Mijn hond/kat is nooit gevaccineerd en heeft nooit iets opgelopen, dus is dat vaccineren niet gewoon onzin?

De ziektes waartegen we vaccineren komen gelukkig steeds minder vaak voor in ons land (dankzij de vaccinatie), dus de kans dat uw dier deze oploopt is ook niet heel groot. Daarnaast is er het begrip “herd immunity”: als alle dieren om u heen wel goed gevaccineerd zijn, kan een ziekte zich niet verspreiden en zal die uw dier ook niet bereiken. Uw hond/kat is dan dus eigenlijk beschermd omdat andere baasjes hun huisdier hebben laten vaccineren!

 

Conclusie

Zoals u ziet, is er veel te doen rondom de vaccinatie. Het belangrijkste is natuurlijk dat uw huisdier optimaal beschermd is, zonder dat hij/zij belast wordt met onnodige vaccinaties. Onderbouwd door bovenstaande samenvatting van verschillende artikelen, adviseren wij dan ook om uw hond /kat in elk geval de puppy/kitten-vaccinaties te geven en de vaccinatie op 1-jarige leeftijd. Daarnaast is een jaarlijkse vaccinatie tegen de ziekte van Weil (hond) en niesziekte (kat) nodig om uw dier hiertegen te beschermen. Los daarvan is het goed mogelijk dat uw hond/kat verder een heel aantal jaren goed beschermd is tegen de andere ziektes (DHP en kattenziekte). Alleen, als we dat zeker willen weten, zullen we een titerbepaling moeten doen voordat we beslissen of we hem/haar wel of niet hoeven te vaccineren. Alternatief is dat we uw hond/kat elke 3 jaar inenten voor deze ziektes; dit is de minimale beschermingsduur van de vaccins.